De Flappie – of hoe je meteen met de deur in huis valt

Vandaag stuitte ik op een prachtig voorbeeld van een “Flappie”. Namelijk aan het begin van de prijswinnende Science-reportage van de Nederlandse wetenschapsjournalist Martin Enserink. Het stuk begint zo: In a small, poor village 15,000 kilometers from his home, Oriol Mitjà jumped out of a white van one early May afternoon and started to look at people’s legs.

Door: David Redeker

De term “Flappie” hebben we bij Scientific Storytelling zelf bedacht. De techniek is vernoemd naar het liedje “Flappie” van Youp van ’t Hek. Dat liedje start als volgt: “Het was kerstochtend, 1961, ik weet het nog zo goed, mijn konijnenhok was leeg.”

Met de deur in huis
Het mooie van de “Flappie” is dat je meteen in het verhaal zit. Niks geen inleiding of lange aanloop. Je zit, baf, meteen met een leeg konijnenhok op kerstochtend. En ook de hoofdpersoon is meteen bekend. Bij Flappie is dat de ‘ik-persoon’, later kleine Youpie genoemd.

Bij improvisatietheater zeggen we dan overigens altijd dat meteen de locatie, de hoofdpersoon en het probleem bekend is. Tijdens theatersportwedstrijden levert je dat direct drie groene vinkjes op van de jury.

Ook handig voor wetenschappers
Maar goed, we zijn nu niet aan het impro-spelen. Het gaat nu om het vertellen van wetenschappelijke verhalen. En ook daar werkt de Flappie heel goed. Sterker nog. Juist wetenschappers hebben vaak moeite om met de deur in huis te vallen. En met de Flappie lukt het vaak wel.

In onze trainingen aan wetenschappers, zetten we altijd even de syntaxis van de Flappie op het bord. Die luidt: het is <datum> en <hoofdpersoon> is/ben in/op <locatie>.

(c) Wikimedia / CC BY-SA 4.0

Krachtiger in de  tegenwoordige tijd
De opmerkzame lezer ziet dat onze Flappie in de tegenwoordige tijd staat en niet, zoals bij de oer-Flappie, in de verleden tijd. Dat komt omdat de boodschap in de tegenwoordige tijd nóg meer urgentie krijgt.

Je kunt best in de tegenwoordige tijd praten of schrijven, hoor, als iets in het verleden plaatsvond. Kijk maar: “Het is november 1989 en Peter staat in Berlijn met een beitel en een hamer in de muur te hakken.” Gaat prima toch?

Ook voor de toekomst
De Flappie werkt ook goed voor toekomstscenario’s. “Het is 2050 en Sander, de directeur van de laatste kolencentrale ter de wereld, doet voor het laatst de poort achter zich dicht.”

De moraal: als je niet weet hoe je een verhaal moet beginnen, denk dan eens aan de Flappie!

O, en voor de liefhebbers vond ik hier ook nog een videoclip van Flappie. Die heeft dan weer, helemaal niet des Flappies een intro van een minuut. In de link heb ik daar, om in de geest van Flappie te blijven dat intro overgeslagen.